Geen stof examen 2010

                                                                            De Betalingsbalans
 
1. Waarde van de export van goederen
 
1. Waarde van de import van goederen
 
2. Waarde van de export van diensten
 
2. Waarde van de import van diensten
 
3a. Beloning voor de export van prod. factoren (dus: uit het buitenland ontvangen primaire inkomens. Loon, pacht, interest en winst.)
3b. Uit het buitenland ontvangen inkomensoverdrachten.
 
3a. Beloning voor de import van prod. factoren (dus aan het buitenland betaalde primaire inkomens. Loon, pacht, interest en winst).
3b. Aan het buitenland betaalde inkomensoverdrachten.
 
4. Import van kapitaal (beleggingen en directe investeringen van buitenlanders)
 
4. Export van kapitaal (beleggingen en directe investeringen in het buitenland)
 
5. Afname Goud en Deviezen
 
5. Toename Goud en Deviezen
                                                 
 
 
De betalingsbalans bestaat uit vijf rekeningen:
1. goederenrekening
2. dienstenrekening
3. inkomensrekening
4. kapitaalrekening
5. goud- en deviezenrekening
 
De eerste drie rekeningen vormen samen de lopende rekening.
Saldo van (1 + 2 + 3a) = E – M = NX
Dit saldo is gelijk aan (Export van kapitaal – Import van kapitaal) = NCO
 
LET OP: als er meer kapitaal wordt geïmporteerd dan geëxporteerd dan zeggen we dat de kapitaalbalans een positief saldo heeft. Dit betekent dat NCO negatief is.
 
Een overschot op de lopende rekening betekent dat (E – M) positief is.
 
Als er materieel evenwicht is op de betalingsbalans zijn de eerste vier rekeningen in evenwicht.
 
Een overschot op de lopende rekening betekent bij materieel evenwicht dus een tekort op de kapitaalrekening (NCO is positief).
Dus: E – M = NCO
Joomla templates by a4joomla