Termen Buitenland

 

Exportquote: Exportwaarde als percentage van het nationaal inkomen.

 

Importquote: Importwaarde als percentage van het nationaal inkomen.

 

Exportwaarde: De hoeveelheid die wordt geëxporteerd vermenigvuldigd met de gemiddelde prijs van de exportgoederen.

 

Importwaarde: De hoeveelheid die wordt geïmporteerd vermenigvuldigd met de gemiddelde prijs van de importgoederen.

 

Open economie: Een economie met veel buitenlandse handel dus een hoge export- en importquote.

 

Valutamarkt: Het geheel van de vraag naar en het aanbod van vreemde valuta.

 

Wisselkoers: De prijs van de ene valuta uitgedrukt in de andere valuta. Voorbeeld: de koers van de euro is $ 1,20. Notatie: € 1 = $ 1,20. Als de koers van de euro stijgt wordt de euro dus meer waard uitgedrukt in dollars. Voorbeeld: € 1 = $ 1,30.

 

Convertibel: Een munt is convertibel als hij inwisselbaar is bij de bank.

 

Zwevende of flexibele wisselkoers: De koers komt tot stand door vraag en aanbod zonder ingrijpen van de centrale bank.

 

Vaste wisselkoersen: Ook nu komt de koers tot stand door vraag en aanbod maar de koers wordt binnen bepaalde grenzen gehouden door interventie van de centrale bank.

 

Bandbreedte: De ruimte waarbinnen de koers vrij mag fluctueren. Wordt uitgedrukt in procenten van de spilkoers. Bestaat uit de marge naar boven en de marge naar beneden.

 

Spilkoers: De officieel vastgestelde wisselkoers tussen twee valuta.

 

Interventie: Ingrijpen in het vrije spel van vraag en aanbod door de monetaire autoriteiten.

 

Dekkingspercentage: De exportwaarde als percentage van de importwaarde.

 

Ruilvoet: Het prijspeil van de export gedeeld door het prijspeil van de import.

 

Goederenrekening of handelsbalans:  Deelbalans van de betalingsbalans waarop de waarde van de in- en uitgevoerde goederen wordt geregistreerd. Het betreft dus materiële zaken, waaronder bijvoorbeeld ook aardgas. De goederenbalans wordt ook wel de handelsbalans genoemd.

 

Dienstenrekening: Deelbalans van de betalingsbalans waarop de ontvangsten en uitgaven van de diensten worden vermeld. Voorbeelden van diensten zijn het transportverkeer, toerisme en het doen van allerlei werkzaamheden (projecten) zoals het bouwen/ aanleggen van bruggen, dijken, havens, vliegvelden etc. in het buitenland.

 

Inkomensrekening: Op deze rekening worden de primaire inkomens (en inkomensoverdrachten) van en naar het buitenland geboekt. Tot de primaire inkomens behoren de arbeidsinkomens, interest en dividend.

 

Lopende rekening: De eerste drie rekeningen van de betalingsbalans. Export en import.

 

Kapitaalrekening: Deelbalans van de betalingsbalans waarop de in een jaar ontvangen en verstrekte kredieten worden genoteerd, en de investeringen vanuit het buitenland en naar het buitenland. Op de kapitaalbalans maakt men onderscheid tussen incidenteel en structureel kapitaalverkeer. De rente van kredieten worden geboekt op de inkomensrekening. Dit geldt ook voor de opbrengsten van de investeringen (de dividenden).

 

Goud- en deviezenrekening: Op deze rekening wordt de toe- en afname van goud en deviezen genoteerd.

 

Betalingsbalans: Overzicht van alle in geld uitgedrukte transacties van een land met het buitenland in een jaar tijd.

 

Structureel kapitaalverkeer: Is dat gedeelte van de kapitaalverkeer (dat geregistreerd wordt op de kapitaalbalans) dat een langdurig karakter heeft. Dit kapitaalverkeer wordt niet zo snel beïnvloed door rente en koersschommelingen (in de wereld). Het gedeelte van het kapitaalverkeer dat hiervoor wel gevoelig is wordt het incidentele kapitaalverkeer genoemd.

 

Evenwicht op de lopende rekening: De eerste drie rekeningen van de betalingsbalans zijn in evenwicht. Dit betekent dat export en import aan elkaar gelijk zijn. E = M.

 

Materieel evenwicht: De eerste vier rekeningen van de betalingsbalans zijn in evenwicht. Dit betekent dat een eventueel tekort of overschot op de lopende rekening gecompenseerd wordt door de kapitaalbalans.

Vraag en aanbod van vreemde valuta zijn aan elkaar gelijk.

 

Fundamenteel evenwicht: De eerste vier rekeningen zijn met elkaar in evenwicht als op de kapitaalbalans alleen rekening wordt gehouden met het structureel kapitaalverkeer.

 

Formeel evenwicht: De vijf rekeningen van de betalingsbalans zijn in evenwicht. Dit is altijd het geval.

 

Appreciatie: Een stijging van de wisselkoers door veranderingen in vraag en aanbod op de valutamarkt (zonder ingrijpen van de monetaire autoriteiten).

 

Depreciatie: Een daling van de wisselkoers door veranderingen in vraag en aanbod op de valutamarkt (zonder ingrijpen van de monetaire autoriteiten).

 

Revaluatie: Verhogen van de spilkoers door de monetaire autoriteiten. Dit kan men doen in het geval van een betalingsbalansoverschot en dus bij een toename van Goud en Deviezen door interventie.

 

Devaluatie: Verlagen van de spilkoers door de monetaire autoriteiten. Dit kan men doen in het geval van een betalingsbalanstekort en dus bij een afname van Goud en Deviezen door interventie.

 

Deviezen: Alle goed inwisselbare vreemde valuta.

 

WTO: World Trade Organization.

 

Protectie: Bescherming van de eigen producten, bedrijven (industrie), werkgelegenheid en de economie in het algemeen, tegen de buitenlandse concurrentie. (Nadeel: protectie lokt protectie uit, gevolg: handelsoorlogen).

 

Invoerrechten: Een heffing (belasting) op geïmporteerde goederen om de eigen productie te beschermen.

 

Exportsubsidie: Een subsidie op geëxporteerde goederen om de eigen producten te kunnen laten concurreren op de wereldmarkt waar de prijs lager ligt.

 

Contingentering: Het instellen van een maximale hoeveelheid die mag worden geïmporteerd.

 

Non-tarifiaire belemmeringen: Strenge wettelijke en administratieve regelingen voor importgoederen (bijv. milieueisen, vergunningen, douaneformaliteiten). Deze belemmeringen zijn bedoeld om de binnenlandse productie te beschermen.

 

Gebonden hulp: Hulp aan ontwikkelingslanden onder voorwaarde dat de verstrekte gelden worden besteed in het land dat de schenking heeft gedaan.

 

Vrijhandelszone: De lidstaten hebben onderling een vrij verkeer van goederen en diensten. Er zijn dus geen handelsbelemmeringen. Ten opzichte van andere landen heeft iedere lidstaat zijn eigen regelingen wat betreft invoerrechten. Voorbeeld: Nafta.

 

Douane unie: Onderling geen handelsbelemmeringen. Ten opzichte van andere landen hanteren de lidstaten dezelfde invoertarieven. Voorbeeld: Benelux.

 

Gemeenschappelijke markt: Zelfde als douane unie maar nu ook nog een vrij verkeer van personen en kapitaal.

 

Economische unie: Zelfde als gemeenschappelijke markt maar nu ook nog een gemeenschappelijke handelspolitiek. Voorbeeld EU.

 

Monetaire unie: Zelfde als economische unie maar nu ook een gemeenschappelijke munt en een gemeenschappelijk monetair beleid. Voorbeeld: EMU.

 

IMF: Internationaal monetair fonds. Opgericht in 1944 te Bretton Woods door ongeveer tachtig niet-communistische landen met het doel het door de Tweede Wereldoorlog ontregelde betalingsverkeer weer in goede banen te leiden. De functie van het huidige IMF is vooral het verstrekken van kredieten aan de lidstaten, ingeval van betalingsbalansproblemen.

 

Wereldbank: Verstrekt langlopende leningen aan de ontwikkelingslanden tegen de geldende geldmarktrente.

 

UNCTAD: Is de United Nations Conference on Trade and Development. Deze organisatie organiseert conferenties waar voorstellen gedaan worden aan de Verenigde Naties ten aanzien van internationale handel en ontwikkeling veelal met betrekking tot de positie van de arme landen.

 

OPEC: Is de Organization of Petroleum Exporting Countries. Het is een in 1960 opgericht kartel van voornamelijk Arabische oliestaten.

Joomla templates by a4joomla